Home
BLIJF OP DE HOOGTE
Ontvang onze nieuwsbrief en digitale magazine
Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

     

ARTIKEL
Inspectie verscherpt controle CMR-stoffen
Download dit artikel als pdf
Is uw adres bekend, dan wordt de pdf meteen geopend, anders krijgt u een link toegestuurd.
Ook ontvangt u onze volgende nieuwsbrief.

Inspectie verscherpt controle CMR-stoffen

De inspectie gaat scherper controleren of laboratoria zich houden aan de wettelijk vastgelegde eisen over de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, vooral de kankerverwekkende, mutagene en reproductieschadelijke stoffen. Hoe kunnen laboratoria praktisch uitvoering geven aan de blootstellingsbeoordeling en aantonen dat risico's worden beheerst? Tijd om actie op te ondernemen.

Bedrijfsinformatie

Gerelateerde expertise

Wettelijk gezien moeten laboratoria al sinds 2007 voor alle risicovolle chemicaliën en voor elk proces een blootstellingsbeoordeling uitvoeren om aan te tonen dat er veilig wordt gewerkt. De inspectie gaat nu scherper letten of dit daadwerkelijk gebeurt. Tijd om actie op te ondernemen. Quickscan Ten eerste is het belangrijk om te handelen in de geest van de wet: er moet veilig worden gewerkt en de blootstelling moet worden beheerst. En dat moet aantoonbaar zijn. Eigenlijk weet elk lab op hoofdlijnen wel wat de meest relevante stoffen zijn. Primair zijn dat de meest gebruikte, vluchtige, kankerverwekkende en mutagene stoffen en de kankerverwekkende, mutagene en reproductieschadelijke poeders die moeten worden afgewogen. Die stoffen krijgen dus prioriteit bij de beoordelingsprocedure. Hier komt de Stoffenmanager van pas. Dit is een gevalideerde en door SZW goedgekeurde tool die gratis kan worden gebruikt tot 35 beoordelingen. De Stoffenmanager geeft een kwantitatieve schatting van de concentratie die dan vergeleken wordt met de grenswaarde en inzetbaar is als quickscan. Er zijn meer online hulpmiddelen voor het beoordelen van blootstelling, Inspectie SZW heeft hiervan een overzicht gemaakt en daarbij ook aangegeven welke hulpmiddelen door haar geaccepteerd worden. Veilige werkwijze Een andere optie is het formuleren van veilige werkwijzen. Inspectie SZW hanteert de volgende ‘Werkdefinitie’ van een veilige werkwijze: ‘Een goed gedefinieerde activiteit/werkwijze, waarbij onder nauwgedefinieerde omstandigheden voor een specifieke (groep) stof(en) is aangetoond dat de blootstelling onder de grenswaarde(n) blijft.’ Dit kan door middel van metingen of modelberekeningen. Voorwaarden zijn dat de blootstellingsbeoordeling voor de veilige werkwijze wordt uitgevoerd zonder persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals adembescherming. Voor carcinogenen en mutagenen geldt dat de veilige werkwijze ook moet voldoen aan ‘ALARA’ met best beschikbare techniek. Zuurkast als veilige werkwijze? De zelfinspectiemodule van SZW stelt dat de blootstelling ook moet worden beoordeeld bij werken in een zuurkast. Dat lijkt in tegenspraak: de zuurkast is immers speciaal bedoeld om veilig te kunnen werken met gevaarlijke stoffen. Toch wil dat niet zeggen dat de veiligheid altijd gegarandeerd is. Zo kan de ventilatiecapaciteit achteruitgaan. Ook kunnen er luchtstromen gaan wervelen door apparatuur en voorwerpen die in de zuurkast staan en kan er lucht naar buiten treden. Dat is niet veilig, evenmin als een zuurkast die om energie te sparen te zuinig is ingeregeld of vanwege de tocht uitgezet. Verder zit er verschil in de kwaliteit van zuurkasten. Het werken met zeer vluchtige stoffen met een lage grenswaarde vereist een betere zuurkast. Voor een grote groep stoffen zal een beoordeling met de Stoffenmanager uitwijzen dat de zuurkast veilig is om mee te werken. Echter voor stoffen die relatief vluchtig zijn en een lage grenswaarde hebben, schat de Stoffenmanager toch een blootstelling boven de grenswaarde, voorbeelden zijn chloroform en formaldehyde. Containmentfactor berekenen Bij de blootstellingsbeoordeling van de zuurkast mag ook gerekend worden met de containmentfactor. Dit is een maat voor de verhouding tussen de concentratie van een stof in de zuurkast en de concentratie van deze stof in de ademlucht van de medewerker. Voor een goede zuurkast kan met een select aantal stoffen worden bevestigd dat de zuurkast een veilige werkwijze is, ook voor de stoffen waarvoor de Stoffenmanager aangeeft dat de grenswaarde wordt overschreden. Met de berekening is een veilige werkwijze op te stellen voor een grote groep van stoffen. Dan zijn veel minder beoordelingen nodig. De containmentfactor is op te vragen bij de leverancier of kan op de locatie van de zuurkast worden gemeten. Voordeel van een meting op locatie is dat omgevingsomstandigheden ook worden meegenomen. Daarnaast is het zaak een goed onderhouds- en gebruiksprotocol op te stellen. Puntafzuigingen als veilige werkwijze? Ook voor een lokaal afzuigsysteem geldt dat met de Stoffenmanager kan worden beoordeeld of de werkwijze veilig is. Dat zal voor een kleinere groep stoffen het geval zijn dan voor de zuurkast, want het schattingsmodel houdt er rekening mee dat de puntafzuiging minder efficiënt afzuigt. Ook voor een lokaal afzuigpunt geldt dat de veilige werkwijze niet compleet is zonder nadere definiëring. Een lokaal afzuigpunt heeft een beperkt bereik. Als vuistregel geldt dat het systeem afzuigt tot een afstand die zo groot is als de diameter van de buis ­— en dat is meestal niet zo ver. De plaatsing heeft veel invloed. Veel chemische stoffen zijn iets zwaarder dan lucht: ze worden beter afgezogen als de afzuigarm schuin achter de opstelling staat in plaats van erboven. Een kast eromheen plaatsen verbetert de afzuiging. Nog beter is de afvoer van een apparaat rechtstreeks in de afzuigarm te zetten, dan is de afzuiging honderd procent. Zo zijn er nog wat trucs om de effectiviteit van een lokale afzuiging te verbeteren. Tip is de randvoorwaarden voor gebruik goed vast te leggen en de lokale afzuigpunten mee te nemen bij de periodieke keuringen. De praktijk In een groot laboratorium bleek het mogelijk na drie berekeningen met de containmentfactor en een enkele met de Stoffenmanager vast te stellen dat er veilig wordt gewerkt met kankerverwekkende, mutagene en reproductieschadelijke stoffen. De Stoffenmanager kent een taakconcentratie en een daggemiddelde, waarbij de blootstelling is uitgemiddeld over 8 uur. In de tabel zijn een voor aantal werkzaamheden met gevaarlijke stoffen de uitkomsten van de stoffenmanager opgenomen. Bij het afwegen van boorzuur op de labtafel komt het taakgemiddelde boven de grenswaarde. Het daggemiddelde zal daar echter weer onder zakken. Er zal dus officieel geen overschrijding plaatsvinden van de grenswaarde. Het is dan afhankelijk van het interne veiligheidsbeleid of er actie moet worden ondernomen. Bij ‘zero tolerance’ voor reproductieschadelijke stoffen valt de keuze op afwegen onder afzuiging. Voor kankerverwekkende en mutagene stoffen geldt altijd dat blootstelling volgens de best beschikbare techniek moet worden voorkomen. Dat betekent afwegen in een afgezogen voorziening. Of beter nog: koop ze in opgeloste vorm in, zodat afwegen helemaal niet meer nodig is. Lage grenswaarde Formaldehyde bleek eens te meer een aandachtsstof. Door de lage grenswaarde en de hoge vluchtigheid beoordeelt de Stoffenmanager elke activiteit op tafel — met lokaal afzuigsysteem en in de zuurkast — als een blootstelling boven de grenswaarde. In dit geval wordt de berekening met de containmentfactor relevant. Uit deze berekeningen blijkt dat in een goede zuurkast veilig gewerkt kan worden met formaldehyde. Wel blijkt dat voor deze stof de robuustheid van de zuurkast van belang is. Hoe groter de afzuigcapaciteit, hoe minder gevoelig de zuurkast is voor dat soort verstoringen. Zomaar de zuurkast zachter zetten om energie te besparen, is dus niet verstandig.
MAXUS MEDIA
LABinsights.net LABinsights.de LABinsights.nl
Ontvang onze nieuwsbrief
Nieuwsbrief archief
Volg ons
Linked
MAGAZINE
Abonneren
SERVICE EN CONTACT flag