Home
BLIJF OP DE HOOGTE
Ontvang onze nieuwsbrief en digitale magazine
Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

     

ARTIKEL
Het nooit-meer-verbouwen-principe
Download dit artikel als pdf
Is uw adres bekend, dan wordt de pdf meteen geopend, anders krijgt u een link toegestuurd.
Ook ontvangt u onze volgende nieuwsbrief.

Het nooit-meer-verbouwen-principe

Vier experts in laboratoriumbouw en -inrichting discussieerden tijdens een rondetafel- interview over het ontwikkelen van veilige en duurzame laboratoria. Het tweede deel van dit tweeluik zoomt in op de nieuwe generatie labs. Bij een generiek en flexibel ontwerp is de ruimte-indeling gemakkelijker aan te passen aan veranderende werkprocessen, en zijn technische veranderingen in de labs relatief eenvoudig realiseerbaar. Toekomstbestendig bouwen vereist dat het ontwerp voldoende generiek is om kleine veranderingen in het werkproces op te kunnen vangen zonder dat bouwkundige of technische aanpassingen nodig zijn. ‘Generiek’ impliceert een repeterende opbouw, waarbij ruimten in het gebouw voor verschillende functies gebruikt kunnen worden. Het ontwerp moet bovendien flexibel genoeg zijn om wat grotere wijzigingen tijdens de levenscyclus eenvoudig te kunnen realiseren.
Toekomstbestendig bouwen vereist dat het ontwerp voldoende generiek is om kleine veranderingen in het werkproces op te kunnen vangen zonder dat bouwkundige of technische aanpassingen nodig zijn. ‘Generiek’ impliceert een repeterende opbouw, waarbij ruimten in het gebouw voor verschillende functies gebruikt kunnen worden. Het ontwerp moet bovendien flexibel genoeg zijn om wat grotere wijzigingen tijdens de levenscyclus eenvoudig te kunnen realiseren. ‘Flexibel’ impliceert dat aanpassingen in bijvoorbeeld technische installaties gemakkelijk zijn uit te voeren; bijvoorbeeld door toepassingen van demontabel labmeubilair, eenvoudig aan- en afkoppelbare gasleidingen en een modulaire, technische infrastructuur. Oneindig aanpassen zonder verbouwen als ideaalplaatje. Rob Prinzen (Prinzen Advies), Rob Kanbier (KuiperCompagnons), Jan Kallenbach (Pharmost) en Jeroen de Jongh (AT Osborne) presenteren hun visie op toekomstgericht denken in laboratoriumbouw. Repeterende factor Hoe moet zo’n generiek en flexibel gebouw eruitzien? En hoe ontwerp je dat? Hierbij is het belangrijk de labprocessen goed in kaart te brengen, stellen de vier. Werkprocessen stellen namelijk eerst eisen aan apparaten en daarna pas aan ruimten. Het is zoeken naar de grote gemene deler in de processen, om tot een generieke oplossing te kunnen komen, zegt De Jongh: “Zoek de repeterende factor in de werkprocessen. In de kern moet dat in het ontwerpproces worden meegenomen.” Prinzen: “Achterhaal bij labs het generieke proces — met daarbij de logistieke stromen — en ga daarop vormgeven. Het nooit meer verbouwen-principe is wat we graag willen. Hoe het proces ook verandert, je blijft in dezelfde structuur werken.” Kallenbach knikt: “Je moet proberen de oplossing voor later te bieden. Het gebouw moet over 20 tot 25 jaar nog steeds bruikbaar zijn, apparatuur en labinrichting gaat 10 tot 15 jaar mee. Ook als alle labprocessen anders worden, moet het nog steeds in hetzelfde gebouw passen.” Werkprocessen in kaart Stap 1 is dus werkprocessen functioneel in kaart te brengen. Daarna kunnen de juiste afmetingen van ruimten, hun onderlinge oriëntatie en het gebouw als geheel worden ontwikkeld. Kallenbach: “Belangrijk is dat de logistiek in orde is. Bij diagnostieklabs staat of valt alles daarmee. Dat geldt ook voor QC-routinelabs met vele GC’s en andere apparatuur of in waterlaboratoria waar honderden monsters in treintjes worden aangevoerd. Dat geeft aan hoe er gewerkt wordt en daarop wordt ontworpen.” De Jongh: “Ontwerpprocessen kun je niet uit een boekje halen. Werkprocessen aan de voorkant in kaart brengen en daar smart-eisen uit afleiden is net zo belangrijk als het bijhouden van hoe die eisen juist worden ingevuld gedurende het ontwerp- en bouwproces tot de oplevering van het gebouw. Smart-eisen zijn meetbaar, toetsbaar en begrijpelijk en moeten goed zijn verankerd in overeenkomsten met partijen die ermee gaan werken.” Hij vervolgt: “Niets is zo moeilijk als het vasthouden (maar soms ook wijzigen) van die eisen onder invloed van het jaren durende bouw- en ontwerpproces én de mogelijke ontwikkelingen van de opdrachtgever en laboratoriumgebruiker. Tijd en geld blijken altijd factoren die invloed hebben op proces en kwaliteit. Het is dus zaak de smart-eisen tijdig vast te laten leggen in ontwerp- en bouwafspraken of eiswijziging.” Kanbier haakt in: “Bij elke ontwerpstap moeten we kijken of we nog voldoen aan de ontwerpeisen. Die worden vaak in begin gemaakt, daarna gaan ze kast in en bij oplevering gaan we er weer naar kijken. Dan is het te laat. Het gaat erom dat je het proces niet in de kast hebt, maar het ontwerp continu daaraan toetst.” Meedenken Dit vereist dat de gebruikers er vanaf het prille begin bij betrokken worden. En wel zo, dat ze echt mee kunnen denken. “Het is belangrijk met gebruikers te praten”, vindt Prinzen. “Maar bedenk dat ze die technische tekeningen niet altijd goed kunnen interpreteren. Je bent al blij als je het over vierkante meters en de technische specificaties kunt hebben. Als je het over werkprocessen wilt hebben, dan kan dat niet op basis van bouwtekeningen. Wat wel werkt, is een duidelijk schema van de processtappen te maken.” Kallenbach: “Ja, gebruikers weten vaak heel goed hoe hun proces in elkaar zit. Ze weten meestal wat ze hebben en voor dat beetje extra moeten ze zich wel een goede voorstelling kunnen maken bij het ontwerp.” Kanbier: “Wat is daarbinnen generiek, is dan weer de vraag en gaat dat in een vorm, waardoor iedereen kan meeademen in die structuur.” Total Cost of Ownership Bouwkosten komen vanuit toekomstgericht bouwen in een ander licht te staan. De kern van duurzaam ontwikkelen is niet vanuit één moment en één budget te redeneren, maar vanuit de levenscyclus van het gehele gebouw in zijn omgeving. Het gaat om de Total Cost of Ownership. Kanbier: “Daarom is het goed om niet alleen naar de investeringskosten te kijken, maar ook om te bepalen hoe het gebouw in de toekomst zo min mogelijk behoeft te worden aangepast; om zo kosten te besparen. Bovendien, ontwikkel op basis van het principe van circulair bouwen. Gebruik bestaande gebouwen en renoveer deze met hergebruikte en herbruikbare materialen.” BIM en 3D Bij het ontwerp en de bouw van labgebouwen zijn veel actoren betrokken. Het kan lastig zijn alle neuzen dezelfde kant op de laten wijzen. Het Bouwwerk Informatie Model (BIM) biedt een manier van ontwerpen en bouwen, waarbij het gebouw als 3D-model in de software wordt opgebouwd. Dit maakt dat alle relevante informatie gedurende het hele bouwproces wordt opgeslagen, gebruikt en beheerd in een digitaal (3D) gebouwmodel. De Jongh: “Alle partijen die bij het bouwproces betrokken zijn, werken met dezelfde informatie en zien dus van elkaar wat er gebeurt. De informatie is dan ook continu beschikbaar en altijd actueel. Dat verkleint de kans op fouten.” Kanbier: “BIM als ontwerpomgeving wordt steeds meer mainstream. Wat je gaat doen en wat het kost, is zo sneller in een ontwerp te vatten. 3D is de nieuwe tijd, dat is wezenlijk anders dan traditioneel ontwerpen aan een tafel met een wit vel.” Kanbier heeft goede ervaringen met BIM: “BIM maakt zaken inzichtelijk en voorkomt dat een compleet gebouw bij oplevering niet aan de verwachtingen voldoet. We maken nu een gebouw voor een grote farmaceut. Daar gaan we met een VR-bril door het gebouw lopen met gebruikers. Dat kan tot het niveau van een stopcontact. Dan te bedenken dat de palen er net staan! Het belangrijkste is om de gebruiker te laten zien waar het heen gaat, en in het beginstadium te laten snappen wat er gebeurt. Zo kun je individuele processen van gebruikers in elkaar schuiven. Dat is de essentie van dit verhaal.” Familiefoto De Jongh draait het om: “Andersom geredeneerd, zo kan de gebruiker op macroniveau zien hoe je innovatieve wetenschap kunt bedrijven, dat dit ook kan op 30% minder vierkante meters en dat je zo iets hoogwaardigs kunt maken. Je kunt iets mooiers bieden, zoals een prettige werkomgeving, licht, lucht en ruimte en een gevoel van kwaliteit. Bij het inrichten van een werkomgeving moet het primair om de kwaliteit gaan, niet om zo veel mogelijk vierkante meters.” Prinzen vult aan: “Wat nodig is, is een slim ruimteconcept, dat je met BIM kunt visualiseren. Zo kun je duidelijk maken dat de ruimte zo vormgegeven is dat het generiek is, en dat je synergie creëert. Dit is een ingewikkeld vraagstuk als je het Programma van Eisen opstelt. Je moet de overlap vinden in de verschillende afdelingen. Dan kom je op praktische kwesties als ‘het delen van de centrifuges is niet altijd mogelijk/lastig/er is geen ruimte voor. Het antwoord: maak het compacter, stapel, zodat je tafels beter benut. Zo kom je stap voor stap tot een goed ruimteconcept.” Kanbier: “Ook voor zoiets abstracts als het Programma van Eisen kun je een virtuele tour organiseren. Die maakt het voor de niet-techneuten visueel hoe het er straks uitziet. De gebruikers en onderhoudsdienst kunnen de plattegrond niet lezen, als het gebouw staat is het te laat voor commentaar.” Virtual reality helpt dus gebruikers te betrekken bij het ontwerp en de bouw, maar gemakkelijk is zo’n proces nooit. Medewerkers hechten aan hun vertrouwde situatie. Maken vaste plekken plaats voor flexplekken, dan klinkt er meestal geen gejuich. Het is daarom belangrijk niet te focussen op wat er verdwijnt, maar wat voor beters ervoor in de plaats komt. Kallenbach besluit: “In het begin wil niemand zijn familiefoto kwijt en is iedereen gehecht aan het uitzicht waaraan hij gewend is. Maar wat je ervoor terugkrijgt, is vaak erg mooi. Labomgevingen zijn veel mooier en prettiger geworden, met een werkplek die perfect aansluit op je werkzaamheden.” Levensduur Globaal geldt voor laboratoriumgebouwen, apparaten en inrichting de volgende levensduur: Apparaten en inrichting: 10-15 jaar Wanden, plafonds, installaties: 15-25 jaar Gevel: 25-40 jaar Casco beton: 40-60 jaar
MAXUS MEDIA
LABinsights.net LABinsights.de LABinsights.nl
Ontvang onze nieuwsbrief
Nieuwsbrief archief
Volg ons
Linked
MAGAZINE
Abonneren
SERVICE EN CONTACT flag