Home
BLIJF OP DE HOOGTE
Ontvang onze nieuwsbrief en digitale magazine
Uw adres wordt nooit aan derden doorgegeven.
Lees onze privacyverklaring.

     

ARTIKEL
Schimmels zijn super-eiwitproducenten
Download dit artikel als pdf
Is uw adres bekend, dan wordt de pdf meteen geopend, anders krijgt u een link toegestuurd.
Ook ontvangt u onze volgende nieuwsbrief.

Schimmels zijn super-eiwitproducenten

Schimmels zijn efficiŽnte eiwitproducenten en prima toepasbaar voor microbiŽle productieprocessen. Het Bredase bedrijf BioscienZ ontwikkelt zoín productieproces voor eiwitrijke vleesvervangers en het kippeneiwit ovalbumine en gebruikt hiervoor schimmels die groeien op aardappels en suikerbieten. Het begon allemaal een paar jaar geleden met een bezoek van De Vegetarische Slager, vertelt Wim de Laat, directeur van BioscienZ in Breda. Na jarenlang bij grote bedrijven zoals Gist-Brocades, DSM en Nedalco microbiŽle processen te hebben ontwikkeld, was De Laat in 2010 voor zichzelf begonnen, eerst als adviseur en in 2014 met een laboratorium voor contractonderzoek. De Laat had zich vooral gespecialiseerd in het ontwikkelen van processen op basis van schimmels.
Het begon allemaal een paar jaar geleden met een bezoek van De Vegetarische Slager, vertelt Wim de Laat, directeur van BioscienZ in Breda. Na jarenlang bij grote bedrijven zoals Gist-Brocades, DSM en Nedalco microbiŽle processen te hebben ontwikkeld, was De Laat in 2010 voor zichzelf begonnen, eerst als adviseur en in 2014 met een laboratorium voor contractonderzoek. De Laat had zich vooral gespecialiseerd in het ontwikkelen van processen op basis van schimmels. Hij verklaart: ďDe meeste mensen werken liever met gist of E. coli-bacteriŽn. Schimmels zijn namelijk viskeus en multicellulair, vormen draden en zijn moeilijker om te kweken. Maar het voordeel van schimmels is dat het super-eiwitproducenten zijn. Terwijl je met gist hooguit een productie haalt van tien gram eiwit per liter, kom je met schimmels uit op honderd gram per liter.Ē De Vegetarische Slager vroeg De Laat waarom hij geen schimmels ging ontwikkelen voor voeding en daarvoor subsidie aan te vragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. ďDat is inderdaad gelukt, zowel voor het ontwikkelen van het basis-ingrediŽnt voor vleesvervangers als voor het maken van het kippeneiwit ovalbumineĒ, vertelt De Laat enthousiast. Vleesvervangers De afgelopen anderhalf jaar is De Laat druk bezig geweest met deze projecten. Het contractonderzoek binnen zijn bedrijf is hierdoor een beetje naar de achtergrond verschoven. Hij heeft ondertussen een geschikte schimmel ontwikkeld die kan dienen als vleesvervanger en gekweekt kan worden op basis van aardappels. ďVoor een vleesvervanger heeft een schimmel als voordeel dat het een goede structuur heeft. Hierdoor is het na samenpersen makkelijker te structureren dan andere eiwitrijke micro-organismenĒ, zegt De Laat. Zijn medewerkers zijn ondertussen goed in staat om de schimmel te produceren op een schaal van vijftien liter. Binnenkort is het de bedoeling om het proces verder op te schalen, zodat ze monsters kunnen leveren van twintig kilogram. Er staat al een 150 litervat klaar, dat aan een van de fermentoren gekoppeld moet worden. ďHierin komt de voeding voor de schimmels, waarmee we de fermentor continu kunnen verversenĒ, legt De Laat uit. Op zijn bureau liggen zelfs al plannen klaar voor de bouw van een fabriek die jaarlijks 5.000 ton eiwitrijke schimmels kan produceren. Maar daarvoor is eerst nog een Novel Food-goedkeuring nodig. Kippeneiwit Om een complete vleesvervanger te kunnen produceren, is niet alleen een eiwitrijke schimmel nodig, maar ook een klein beetje van het kippeneiwit ovalbumine, dat dient als bindmiddel. De Laat besloot om te onderzoeken of hij dit eiwit ook kan produceren op basis van schimmels. Dat zou niet alleen duurzamer en diervriendelijker zijn (de vleesvervanger wordt daarmee zelfs veganistisch), maar ook een stuk efficiŽnter, vertelt hij. ďMet kippen kun je jaarlijks hooguit 115 kilogram eiwit per hectare produceren, terwijl je met schimmels op basis van suikerbieten uitkomt op een jaarlijkse productie van 2.700 kilogram eiwit per hectare.Ē De Laat en zijn medewerkers hebben hiervoor een plasmide met het gen voor ovalbumine ingebracht in een schimmel die kan groeien op suikerbieten. Dit eiwit is overigens niet exact hetzelfde als kippen-ovalbumine, maar de plak- en bindingseigenschappen zijn wel hetzelfde. ďWe zijn met de ontwikkeling nog in een vroege fase, maar ik ben ervan overtuigd dat het uiteindelijk wel gaat lukkenĒ, zegt De Laat optimistisch. Als hij eenmaal zo ver is, verwacht hij te kunnen profiteren van het feit dat voor de productie een vrij standaard fabriek nodig is, zoals er al vele zijn gebouwd. De Laat wordt nu al bijna wekelijks gebeld door mensen die een fabriek leeg hebben staan, omdat hun productie naar China is verhuisd. Goedkope productie De Laat benadrukt dat het bij dit soort ontwikkelingen van belang is om al vroegtijdig rekening te houden met het uiteindelijke productieproces en de eisen daarin in de voedingsmiddelenindustrie ďVeel mensen starten met een concept van de universiteit, waarbij ze bijvoorbeeld een kit hebben gebruikt met methanol als inducer om de genexpressie te reguleren. Pas later komen ze er dan achter dat methanol niet handig is voor een productieproces, omdat het giftig en brandbaar isĒ, noemt De Laat als voorbeeld. Zelf probeert hij met dat soort aspecten juist vroegtijdig rekening te houden. ďWij hebben bijvoorbeeld in het begin onze schimmels al gescreend op persbaarheid. Dat kan enorm verschillen. Sommige schimmels zijn samen te persen tot vijftien procent droge stof, andere tot vijfenveertig procent droge stof, ondanks dezelfde voedingswaarde. Dat betekent dat je in het eerste geval achteraf veel minder hoeft te drogenĒ, legt De Laat uit. Als je daarmee vooral mechanisch kan ontwateren en/of voor het drogen restwarmte kan benutten van een fabriek, scheelt dat enorm in de kosten. De productie zal straks goedkoop moet gebeuren, terwijl energie steeds duurder wordt. Uiteindelijk is dat de belangrijkste voorwaarde om rekening mee te houden voor de productie van voeding of veevoer. Suikerbiet of cassave De Laat gebruikt als voeding voor zijn schimmels gewassen die in Nederland ruim voorhanden zijn, namelijk aardappels en suikerbieten. Welk gewas het beste werkt, is vooral een kwestie van uitproberen, zegt De Laat. ďIn principe kun je ook andere veelvoorkomende gewassen benutten, zoals suikerriet in Zuid-Amerika of cassave in Afrika. Daar kun je in principe dezelfde schimmels voor gebruiken, al geven die gewassen wel een iets andere achtergrondsmaak. Ik zou zelf wel graag de stap willen zetten naar Afrika. In Zuid-Afrika gaan bijvoorbeeld soms hele oogsten verloren, omdat gewassen niet op tijd worden benut. Bij de vleesvervangerfabriek die wij nu hebben ontworpen, maken we gebruik van heel simpele en relatief goedkope technologie die je ook prima in Afrika zou kunnen toepassen.Ē Plantenprobiotica De Laat kijkt verder dan naar voedseltoepassing van zijn schimmelkweek alleen. Zo maakte hij een uitstapje naar probiotica voor planten. Probiotica worden veel ingezet om schadelijke darmbacteriŽn minder kans te geven door goede bacteriŽn te stimuleren. Naar analogie werkt dat ook bij schadelijke bacteriŽn in de landbouw. De Laat geeft toe dat het iets heel anders dan zijn andere projecten, maar het idee was te interessant om te laten liggen. ďUit literatuur was bekend dat de schadelijke clavibacter-bacterie, die bij tomaten de bacterieverwelkingsziekte veroorzaakt, bestreden kan worden met de onschadelijke pseudomonas bacterie. Het probleem was dat pseudomonas een gramnegatieve bacterie is, waardoor altijd gedacht werd dat je die niet kon drogen. Wij besloten het toch te proberen en met behulp van een cryoprotectant [een stof die een organisme aanmaakt in zijn weefsel om het te beschermen tegen beschadiging door bevriezing, red.] is het ons toch geluktĒ, vertelt De Laat. Hij is nu bezig met veldproeven om het effect verder te onderzoeken. ďWe gebruiken een mix van zes tot acht verschillende pseudomonas-bacteriŽn, die allemaal net iets andere eigenschappen hebben. Los van elkaar hebben ze geen enkel effect, maar gezamenlijk juist wel. De uitdaging is nu om te zorgen dat de telers het op een praktische manier kunnen toepassen.Ē Vlnr staand: Jos Reijngoud (Microbial Exploration) Niels Lauret (Microbial Exploration) Elisa Leune (Quality Assurance and Regulatory Affairs) Sjors van Laarhoven (Fermentation and Analytical Affairs) Kirsten Knobel (Microbial Exploration and Fermentation) Demi van Duuren (Microbial Exploration) Ap de Haan (Operational Manager and Fermentation) Vlnr zittend: Wim de Laat (CEO/CTO) Dewi Vermeulen (Microbial Exploration) Joyce Vermeulen (Microbial Exploration) Ontbrekend op foto: Lucie Parenicova (CSO), Christian Koolloos (CCO), Chris Bekers (CFO)
MAXUS MEDIA
LABinsights.net LABinsights.de LABinsights.nl
Ontvang onze nieuwsbrief
Nieuwsbrief archief
Volg ons
Linked
MAGAZINE
Abonneren
SERVICE EN CONTACT flag